Dampende kom snert
Erwtensoep is zo’n gerecht dat natuurlijk onlosmakelijk bij de winter hoort.
Zodra de dagen korter worden en het kouder aanvoelt, komt deze soep vanzelf weer op tafel bij ons. In Nederland kennen we het vooral als “snert”. Dat is eigenlijk gewoon een iets dikkere variant, waarin je lepel bijna rechtop kan blijven staan. Precies zoals veel mensen hem graag eten. Het is simpel, voedzaam en vooral heel herkenbaar. Een dampende kom erwtensoep is heerlijk na een lange koude wandeling, maar wat ons betreft net zo lekker op een relaxte (winterse) zondag thuis.

Van blik naar zelfgemaakt
Eerlijk is eerlijk, ook wij hebben vroeger weleens een blik opengemaakt. Makkelijk was het zeker, maar echt vergelijken doet het niet. Zelfgemaakte erwtensoep heeft echt veel meer smaak, meer structuur en je weet precies wat erin zit. Dat maakt het verschil meteen duidelijk.

Bovendien vraagt het maken van erwtensoep geen ingewikkelde handelingen. Het is vooral een kwestie van tijd en geduld. Juist dat lange pruttelen zorgt ervoor dat alle smaken samenkomen. Als je dat eenmaal hebt geproefd, laat je die kant-en-klare versie vanzelf staan.
De basis van goede erwtensoep
De basis begint bij spliterwten en vlees. Wij kiezen voor varkenskarbonades, omdat die tijdens het koken hun smaak goed afgeven. Na een tijdje koken halen we het vlees eruit, maken het schoon en snijden het fijn. Daarna gaat het gewoon weer terug de pan in. Zo blijft alles onderdeel van één geheel.

Groenten spelen natuurlijk ook een grote rol. Prei, knolselderij en winterpeen zorgen verder voor een gezonde en goedgevulde soep. En de selderij zorgt voor wat frisheid. Alles samen vormt die herkenbare, stevige structuur waar erwtensoep om bekendstaat.
Snert zoals we die kennen
Wij maken graag de Oud-Hollandse variant. Dat betekent geen lichte soep, maar een dikke, goed gevulde pan (bekijk hier welke braadpan wij zelf in de keuken gebruiken). Plakjes rookworst horen daar voor ons echt bij. Ze maken de soep compleet en geven die echte winterse smaak, zonder dat ze de rest overheersen.

Wat erwtensoep zo bijzonder maakt, is dat hij de tijd krijgt. Hoe langer hij zachtjes staat te pruttelen, hoe beter de smaken zich mengen. Vaak is de soep de volgende dag zelfs nog lekkerder. Dat maakt het ook een ideaal gerecht om vooruit te maken. Je kan het bovendien makkelijk invriezen.
Een gerecht met geschiedenis
Erwtensoep wordt al eeuwenlang gegeten in Nederland. Vroeger was het vooral een praktische maaltijd. Goedkoop, vullend en gemaakt van ingrediënten die lang houdbaar waren. Ideaal voor koude dagen en lange winters. Die functie heeft het gerecht eigenlijk nog steeds. Vandaag de dag eten we erwtensoep misschien minder uit noodzaak, maar meer uit gewoonte en plezier. Het is comfortfood in een kom. Een gerecht dat elk jaar weer terugkomt. Precies daarom blijft erwtensoep zo’n vaste waarde in onze keuken.

30 reacties
Is het beter omde erwten eerst nog te weken? En zo ja hoe lang is het beste?
Heb eens eerder getracht mijn eerste erwtensoep te maken maar toen waren niet al de erwten goed zacht geworden op het eind. zelfs na opnieuw koken.Wil dat deze keer proberen te voorkomen. Verder ga ik dit keer volledig dit recpt volgen! Heerlijk
Nee hoor Joris, ze hoeven niet geweekt te worden. Als je ons recept volgt komt het goed 🙂
Ik heb het zelf nog nooit gehad, maar het schijnt dat spliterwten soms (ook na uren koken) niet gaar willen worden en hard blijven. Heeft te maken met de kwaliteit en mogelijk ook met de ouderdom, schijnt het. Harde erwten verknallen natuurlijk je snert. Een wondermiddel schijnt het toevoegen van 1 of 2 theelepels baking-soda te zijn. Het gaat eerst flink schuimen maar dat trekt weg en na 30 min zijn de erwten gaar.
Nog nooit van gehoord, maar bedankt voor de tip Jan!
Mijn reactie staat er niet bij.
Ik heb je toen mede gedeeld .
Vroeger werd er thuis een varken gehouden soms 2 dan werd er een van verkocht.
Maar in onze tijd ging in de erwtensoep als vlees de poten en de oren en de staart van het geslachte varken.
Dat was veel lekker dan nu die worst .
Ook lekker! Maar in deze tijd is worst wel wat praktischer 😉
mag ik mijn versie met jullie delen wellicht dat dit veluwese recept uit het oude boerenleven jullie ook zal bevallen.
Snart van weleer.
Zonder de oren en de poten zoals officieel
1 hips
500 gr ribbetjes
1 grote rookworst
3 bouillonblokjes ( rund )
1 Knolselderie
2x prei
3-4 kleine uien
3 grote winterwortels
1 pk Spliterwten
3 aardappelen
1 pakje spekblokjes
1 bosje verse selderij blad
3 liter water aan de kook brengen op hoog vuur
hips en ribbetjes erin met twee bouillonblokjes
2-3 uur doorkoken
Uien knolselderie aardappel snijden in blokjes
Vuur half laag
Vlees eruit en porken ( met twee vorken uit elkaar trekken )
Vlees weer terug en opkoken met water aanvullen.
Wortel, knolselderie, aardappel en ui erin + het laatste bouillonblokje
Dik een uur doorkoken
Zachter zetten en afgespoelde spliterwten erin
Spekjes en rookworst toevoegen.
Half uurtje door pruttelen verse selderij fijnhakken en toevoegen
eet smakelijk
Uiteraard mag dat Harry! Klinkt heerlijk, een echt ouderwets recept. Bedankt voor het delen 🙂
Heerlijk recept!
Voor degenen die dit recept willen klaarmaken, let op dat er een flinke en diepe soeppan nodig is. Ik dacht een redelijk grote pan te hebben, maar met alles erin had ik geen mm ruimte meer over. @ Tim/Erik, misschien iets om er expliciet bij te vermelden in het recept?
En nog een vraagje: stel dat ik dit gerecht voor 2 personen wil klaarmaken, kan ik dan alle ingrediënten qua hoeveelheid simpelweg gedeeld door 3 doen (incl de hoeveelheid water)?
Fijn Timo, dat horen we graag! Ja het is inderdaad een aardige pan vol. Het staat al wel in de beschrijving dat je een grote pan moet gebruiken, maar goed dat je het nogmaals even aanhaalt.
Als je het voor 2 wil maken, dan zouden wij de hoeveelheden halveren. Succes en geniet er (samen) van 🙂
Dank voor het advies, ga ik doen!
En ik zie de ‘grote pan’-vermelding staan, alleen pas in de beschrijving zelf. Ligt mogelijk aan mijn luiheid, maar voor het kopen van de ingrediënten lees ik vaak niet verder dan de ingrediëntenlijst 🙂