Een bekend wereldgerecht
Wie kent ze niet? De welbekende pakjes en zakjes die je in elke supermarkt kan vinden.
Ook Kantonese kip staat daar vrijwel altijd tussen. Een wereldgerecht dat inmiddels helemaal is aangepast aan de Nederlandse smaak. Vaak met mie, roerbakgroenten en een sausje dat nét wat zoeter (en dus wat vlakker) is. Lekker makkelijk, dat zeker. Maar eerlijk is eerlijk: het heeft weinig te maken met hoe dit gerecht oorspronkelijk bedoeld is.

Wij vinden het juist leuk om terug te gaan naar de basis. Niet moeilijker, maar wel met meer smaak. Zonder onnodige toevoegingen en met ingrediënten die je gewoon zelf in de hand hebt. En geloof ons, dat proef je echt terug op je bord. Daarom hebben we dit recept ook opgenomen in ons kookboek, juist omdat het zo toegankelijk is en altijd goed in de smaak valt.
Wat is Kantonese kip eigenlijk?
De naam doet misschien vermoeden dat het een heel specifiek Chinees gerecht is, maar dat ligt net iets anders. De Kantonese keuken, afkomstig uit het zuiden van China, staat bekend om zijn lichte, pure smaken. Ingrediënten spelen de hoofdrol en sauzen ondersteunen, in plaats van overheersen.
De versie die wij hier kennen is vaak een westerse (Chinees-Amerikaanse) interpretatie. Iets zoeter en voller en meer afgestemd op wat wij hier lekker vinden. Dat maakt het niet per se minder goed, maar wel net wat anders. Onze variant zit daar precies tussenin. Dus herkenbaar, maar met meer smaak én zonder onnodige toevoegingen.
Zelf maken is echt niet moeilijk
Wat ons altijd opvalt aan dit soort gerechten is hoe simpel ze eigenlijk zijn. Het klinkt misschien als iets dat je alleen bij de toko haalt, maar dat is nergens voor nodig. Met een paar basis ingrediënten kom je al heel ver. Het geheim zit vooral in de marinade. Sojasaus, oestersaus, een beetje suiker en maizena zorgen samen voor die typische smaak. Door de kip even te laten marineren, krijgt het gerecht net wat meer body. En dat zonder extra werk.

Die typische Aziatische smaak
Tijdens het roerbakken gebeurt het eigenlijk allemaal. De combinatie van sjalot, knoflook en gember zorgt voor een geur die meteen doet denken aan de Aziatische keuken. Voeg je daar eventueel nog wat rode peper aan toe, dan krijgt het gerecht net wat extra pit.

De mirin die we op het laatst toevoegen zorgt voor een tikkie zoetheid en umami en past dus goed bij de overige ingrediënten. Alles komt samen in een saus die niet te zwaar is, maar wel vol van smaak. Precies zoals je het wilt, lekker hartig, licht zoet en met een frisse touch.
Wat serveer je erbij?
Wij serveren Kantonese kip het liefst met witte rijst. Simpel en precies goed om de saus op te nemen. Voor wat extra frisheid strooien we er nog wat lente-ui overheen, dat maakt het helemaal af. Daarnaast zijn groenten met een beetje bite altijd een goede keuze. Denk aan bimi uit de oven, maar ook roergebakken paksoi, broccoli of sugarsnaps passen er perfect bij. Zo zet je in korte tijd een complete maaltijd op tafel.

2 reacties
Eindelijk weer eens wat nieuwe recepten en deze lijkt mij heerlijk om aankomende week te maken.
Lekker recept!